MARINE DRICOT

 

In een unieke stijl  overschrijdt Marine Dricot de grenzen van de fotografische genres. Haar foto’s openbaren zich als een visueel dagboek met een merkwaardige interactie tussen de beelden, een auto-biografie, kroniek van een aangekondigd verlangen naar het ondenkbare, een verlangen naar -en dit is geen tautologie- begeerte.  Zij zoekt de schemerzones op van de wereld die haar omringt, de intense intimiteit evengoed als de prikkels van het schijnbaar anonieme stadsleven. Zij geeft er een nieuwe identiteit aan. Veel van haar beelden zijn donker maar ze zijn niet wanhopig, klaar maar niet naïef. Ze zijn vooral eerlijk en bescheiden. Ze zijn betrouwbaar.

Haar beelden zijn intimistisch maar niet voyeuristisch. Ze verraden enige melancholie maar barsten ook van de energie. De fotografe heeft honger. Honger naar ontmoetingen en ontdekkingen. En die is zeer tastbaar. Haar foto’s getuigen van intense diepgang. Haar nog jonge oeuvre is een ode aan een intens hièr en een bewust nù. Fotograferen is leven. Op zijn minst een manier van leven. Marine zoekt eigenlijk niet naar beelden, de beelden vinden haar in een soort onafwendbare terloopsheid. Haar foto’s komen tot stand op het snijpunt van toeval en bewustzijn. Zij beleeft. De beelden dienen zich aan. Zij legt vast in een toestand van vanzelfsprekendheid. De wereld die zij toont bevindt zich tussen de oogopslag en het universum. En ze zoekt de schaduw op, de luwte én de stilte, waarin de introspectie besloten ligt. Haar verhaal speelt zich af onder het oppervlak van het zichtbare. De beelden zijn indringend. Ze zullen blijven plakken. – Luc Rabaey, 44 Gallery

 

Mais sa diversité d’approche, sa grande liberté de ton -qu’elle se laisse guider par un long voyage, qui l’émerveille, ou par un lent retour à l’intimité, qui l’éblouit tout autant- apportent dans la photographie actuelle une précieuse bouffée d’oxygène. Privilège de la jeunesse? Oui, mais pas seulement. Encore en construction, toujours en demande de décantation, son travail surprend, zigzague, s’insinue, rebondit. Il déconcerte, parfois; il émeut, souvent. Mais il dessine aussi les contours d’un style propre, empreint de mélancolie mais aussi d’une énergie farouche, d’une soif de rencontres, de découvertes et d’expériences de vie. Une soif d’ambiances, de différences, de couleurs nuancées. Un style fait de refus -méfiance du beau langage!- tout autant que d’élans et d’affirmations. Un style qui est celui, à coup sûr, d’un talent précoce en train d’accéder à la maturité, et qui déjà ose toucher à des sentiments universels. La route -le reste- est devant. – Emmanuel d’ Autreppe