Marie Sordat toont een universum, gemaakt van schaduwen en silhouetten, nachtelijke leven, bedaarde spoken. Van een verstorende en tegelijk geruststellende menselijkheid.

Ze houdt van de complexiteit en kwetsbaarheid van de analoge fotografie, van de angst voor wat er op het papier zal verschijnen, de materialiteit en de oneindige mogelijkheden in postproductie.

Haar foto’s zijn niet gewoon kaders waar een reeks elementen zich positioneren die aangenaam zijn om naar te kijken, maar een onuitputtelijke hoeveelheid van verhalen en emoties. En van dromen. Ze fotografeert instinctief, haar universum is nogal ambivalent en chaotisch. Evenzeer wordt ze aangetrokken door het marginale universum, ondergedompeld in de wereld van de nacht. De beelden van deze jonge fotografe getuigen ook van een blik vol tederheid en vriendelijkheid. Een aanpak zonder enige vorm van pretentie die haar toelaat door te dringen tot de intimiteit van een hermetisch universum. Marie Sordat eigent zich de beperkingen van de fotografie bij weinig licht toe. Haar interpretatie van de realiteit is er een met veel onscherpte, diepe contrasten en een mistige korrel. Naast een onmiskenbare esthetiek, blijft ze trouw aan de realiteit van het leven, met opwinding, plezier, warmte, lust, maar ook met angst, geweld, eenzaamheid en lijden.

 

Il est des univers qui ne prennent sens (ou même simplement forme) que dans l’inexprimable, l’intraduisible ; des secrets qui ne s’échangent qu’en silence. Marie Sordat voyage (Bosnie et Herzégovine, France, Italie, Géorgie, états-Unis…) sans ramener de photos de voyages – ou alors de voyages intérieurs, car ses photos sont davantage des miroirs mentaux que le strict reflet du monde qui l’entoure. […]

[…] Elles nous parlent de l’humain dans une syntaxe méconnaissable, inconfortable et qui, à pas de loup, fait insensiblement sortir le visible de lui-même, à la pointe du couteau, dans le tranchant de l’ombre… Violence et douceur, accidents de la vie ou soif d’absolu, écorces d’êtres au creux du tourment : leur écriture radicale avec la lumière est de celles qui se reconnaissent d’emblée, s’impriment durablement, s’insinuent avec lenteur, en profondeur.

 Emmanuel d’Autreppe