GERT JOCHEMS

 

De fotografische aantekeningen die Gert Jochems (1969) meebrengt van zijn maandenlange reizen naar de rand van de wereld vormen een persoonlijke, melancholische on-the-road story.  Want meer dan  objectieve verslaggeving van de politieke en sociale stand van zaken, zijn deze doorleefde zwart-witbeelden doortrokken van de ‘condition humaine’ van een ontwrichte samenleving in diepe crisis.  En meer dan een reportage van de postcommunistische Russische republiek in transitie, concentreert Jochems zich op het oude Siberië, dat in grote mate representatief blijft voor de extreme leefomstandigheden van zijn bewoners.  Door het suggestieve en haast schilderachtige gebruik van onscherpe zones, felle licht-donker contrasten, grove korrel en een tactiele textuur, bieden de foto’s bovenop de feitelijke observaties veel ruimte voor verbeelding.  de fotografische beeldtaal lijkt in zijn onmodieuze haast picturalistische retoriek gemodelleerd op een tijdloze poëtische werkelijkheid.  Bepaalde personages en decors herinneren aan opera’s, sprookjes, volkse prenten en iconen van de mythische plek die Siberië ook is.

Maar de fotoreeks geeft tegelijk op ontluisterende manier te zien hoe het huidige Siberië lijkt af te glijden naar een vorm van pre-industriële chaos, uit de tijden van voor de revolutie.  Een constante in het werk is de gespannen verhouding – soms discrepantie – tussen mens en omgeving en de primitieve strijd om te overleven.  Van de omgeving gaat een dreiging uit.  de grote verte creëert veel afstand en eenzaamheid, mensen zijn gevangen in de onmetelijkheid van het land.  Jochems toont niet alleen de vijandige relatie tussen mens en natuur maar ook de volstrekt onevenwichtige relatie tussen mens en samenleving, tussen de private en publieke ruimte, en de gevolgen die de afwezigheid van een beschermende staat heeft op het leven van de Siberiërs.  Gert Jochems wil naar eigen zeggen in deze fotoreeks “het interval tussen toen en later” tonen, een maatschappelijke relatie zonder houvast noch uitzicht.  maar de fotoreeks zelf balanceert – als een interval – tussen de verschillende genres in : reisverhaal, reportagen en theater van het absurde.

Deze collage van verdichte beelden roept de ervaring op van wat het betekent om in de goelag te zijn, fysisch zowel als mentaal.  Want bovenal vertolken deze ruige, expressieve en donkere beeldende persoonlijke respons van de reiziger zelf op het lijden en de armoede die hij aantreft, en getuigen ze van de verwondering – die overgaat in verbijstering – van de voorbijganger, die het overrompelende vreemde ziet en wil aanraken in de flits van een momentopname, in de intuïtieve shock van een emotioneel contact, maar die daarmee precies aantoont hoe onbegrijpelijk een andere cultuur uiteindelijk blijft.  De scènes die het bevattingsvermogen te boven gaan zijn vooral deze waar de fotograaf binnendringt in het leven van gewone mensen; gesloten ogen, intense onnatuurlijke gestes, hallucinante contrasten tussen figuur en omgeving, onbegrepen ontmoetingen in haveloze interieurs.  Dat onbegrijpelijke grenst aan het absurde en krijgt zo een existentiële dimensie.  Jochems on-the-road-story uit het verre Siberië leest in die zin als een reis naar het achterland (van de waanzin?), een balanceren op de rand van het (verstandelijke) bewustzijn. – Inge Henneman, curator

 

Gert Jochems turned to photography after practicing sociology, yearning for a more creative outlet to explore his interests. Photography, he says, allows him to create something more tangible, actual objects he can use to comprehend life: “When I worked as a sociologist, my job was talking, talking and talking. At the end of the day, there was nothing concrete done, nothing made.” But while photography has fulfilled this need, a sociological approach still informs Jochems’ work. S, one of his major series, is what he terms a look at the daily life of “regular” Flemish people, shot in their very regular Flemish living rooms. These regular people, however, lead not-so-conventional lives in private. Jochems found his subjects through various websites connecting people with similar sexual inclinations. He emailed couples and individuals with monikers such as “Ginger and Tramp”, “Nice and Easy”, “Oink Oink” and “Janette”, and proposed photographing them, ensuring their anonymity, if they preferred. He also attached a photo of himself “because a lot of people on sites like that won’t even [consider overtures] without a photo”.

More than a hundred images make up the final edit of the book, which is published to coincide with an exhibition of the work at Foto Museum Antwerp. It is almost anthropological in its scope, a cross-section of sexual experimentation that includes portraits of individuals, couples and groups engaged in sex or in various states of sexual play. “Bizarre sex, the weird stuff, that was the easiest to locate: people consciously experimenting with it. S&M is visual, and being watched is part of the turn-on. Ordinary sex – that’s a lot trickier.” Jochems is an invisible observer in his subjects’ sitting rooms, bedrooms and basements, and only rarely do we see a face looking into the camera. “I’m totally focused when I’m taking pictures,” he says. “I only concentrate on forms, light, image – not sex. Your mind is elsewhere, concentrating on the technical side.”

S wasn’t originally intended to be an exploration of sexuality, but by bringing in the local, almost incongruous, dimension of Flanders – as opposed to focusing on cities or nightlife as many such projects do – Jochems was able to make the work he was after: “Although all the images are made in Flanders, the subject remains ‘exotic’ for me; it is still far away from my own personal life. Belgian people cannot look at these images ‘as something strange, of far-away people’. I hope that by making the pictures in a local context, the images become more ‘universal’.” These images of the bizarre and secretive among Jochems’ subjects are somehow both exotic yet everyday, but the anomalies that fascinated Jochems from the beginning remain. “Odd that some people don’t mind being photographed by a stranger at their most intimate,” he says. “Odd that it’s possible to photograph sex without it being porn. Odd that something as abstract as mystery can be photographed.” – British Journal of Photography