GERALDINE VAN WESSEM

 

Géraldine van Wessem (1984) blinkt uit als klassiek portretfotograaf. De geportretteerde jonge vrouwen baden, mede door de aanwezigheid van natuurlijk licht en ongedwongen poses, in een sfeer van pure schoonheid en romantiek, maar ontvouwen ook hun persoonlijkheid en identiteit. De fotografe toont eerlijke portretten van jonge vrouwen op de drempel van een ander leven, in een wankel evenwicht tussen onzekerheid en trots, zelfbewustzijn en onbestemdheid.

Volgens mij tonen de portretten van Géraldine veel tegelijk. Ze combineren het spontane van een snelle snapshot – alsof ze even uit hun gewone doen zijn gehaald – én het doordachte van een geënsceneerde pose. Ze staan voor een soort ‘objectivering’ of ‘registratie’, ze zijn ietwat onderkoeld en afstandelijk,  maar tegelijk zijn ze geladen, veruiterlijken ze de gevoelens die zich verschuilen achter de oppervlakkigheid van het moment, de verwachtingen, de droom. Elk portret  staat voor een uniek persoon, maar samen krijgen ze een universeel  gehalte. Alle portretten hebben iets gemeenschappelijk. Ze vertonen zich vandaag, maar veruiterlijken tegelijk een gevoel van gisteren en morgen. Ze bekoren door een mate van intimiteit – de jonge vrouwen worden van dichtbij gefotografeerd; ze stellen zich kwetsbaar op, open, ze kijken in de camera, alsof ze de kijker uitnodigen haar in de ogen te kijken en deze toelaten ook wat verder te kijken – maar tegelijk is er een soort afstandelijkheid – tot hier en niet verder – een mate van afwezigheid – de blik op oneindig. Er hangt een sfeer van onduidelijkheid, van mysterie. De blikken zijn rustgevend, maar roepen tegelijk een spanning op. En dit mysterie – van de fotografie – weet Géraldine met een grandiose eenvoud op te roepen. – Luc Rabaey, 44 Gallery